Heupdysplasie
Elleboogdysplasie
Ectropion en entropion
Anaalklierovervulling
Maagtorsie
Baarmoederontsteking
Voorhuidontsteking
Vergiftiging
Voedingsallergie
Atopie
Jeuk oorzaken
Hotspot
Reisziekte
Heupdysplasie
Dit is een veelvoorkomende aandoening bij vrijwel alle grote hondenrassen, ook de Berner Sennenhond, is heupdysplasie (HD).
HD is een verzamelnaam voor ontwikkelingsstoornissen van de heupgewrichten. Honden die last hebben van deze aandoening, hebben meestal moeite met opstaan en/of lopen. Ze kunnen ook een verminderd uithoudingsvermogen hebben en het komt voor dat de hond zo nu en dan eenzijdig kreupel is.
De problemen ontstaan doordat de heupgewrichten zich niet normaal ontwikkelen. Deze abnormale ontwikkeling kan onder meer verslapping van het gewrichtkapsel, zwelling, verslapping en scheuring van (delen van) de gewrichtsbanden tot gevolg hebben. Meestal wordt tevens het gewrichtskraakbeen aangetast, waardoor er botwoekeringen (artrose) ontstaan.
Niet alle honden die moeilijk lopen, hebben HD, zoals ook niet alle honden die normaal bewegen, er vrij van zijn. Of een hond al dan niet heupdysplasie heeft, kan alleen worden vastgesteld als de hond officieel geröntgend wordt. Hierbij worden de heupfoto's door de dierenarts opgestuurd naar een instituut waarin een commissie van experts zich vrijwel uitsluitend met de beoordeling van heupfoto's bezighoudt.
Het oordeel van deze commissie is bindend. Blijkt een hond inderdaad aan heupdysplasie te lijden, dan zijn de vooruitzichten zelden florissant. Wordt de diagnose op jonge leeftijd gesteld, dan kan een heupoperatie, waarbij het bekken over de heupkop gekanteld wordt, vaak uitkomst bieden. Helaas is dit een behoorlijk dure ingreep, die op beperkte schaal en alleen in gespecialiseerde klinieken wordt uitgevoerd. Een goed op de hond afgestemde voeding die er onder meer voor zorgt dat de hond niet te dik wordt en een spiertraining waarbij de gewrichten van de hond niet overbelast worden, kan de mate waarin een hond last van deze aandoening krijgt reduceren. Honden die eenmaal last hebben van heupdysplasie en waarvoor een operatie geen goede prognose geeft, kunnen geholpen worden met een combinatie van pijnstillers, spierversterkers en eventueel een homeopathische behandeling of acupunctuur.
Jammer genoeg geven dergelijke behandelingen vaak alleen verlichting van de klachten; heupdysplasie is niet te genezen. Onderzoek heeft uitgewezen dat heupdysplasie ontstaat door een combinatie van erfelijkheidsfactoren en milieufactoren. Om het erfelijke deel uit te sluiten wordt er bij de fok streng gelet op de aanwezigheid van HD bij fokdieren. De milieufactoren heeft de eigenaar van de hond veelal zelf in de hand.
Elleboogdysplasie
ED, is een verzamelnaam van een aantal aandoeningen aan de elleboog. De verschillende aandoeningen hebben min of meer dezelfde oorzaken; een onevenredige groei van spaakbeen en ellepijp, en/of ontwikkelingsstoornissen in de botten rondom het ellebooggewricht. Evenals HD kan ED ontstaan door zowel erfelijke als milieufactoren. Onder ED worden onder meer LPA (los processus anconeus) en LPC (los processus coronoïdus) gerekend.
Met beide afwijkingen wordt een los fragment van de ellepijp aangeduidt en de verschillende benamingen wijzen op de locatie waar dit fragment zich bevindt. Ook OCD (osteochondrose dissecans) behoort tot de groep van afwijkingen van ED.
Met OCD wordt een los stukje kraakbeen van het opperarmbeen bedoeld. Ten slotte behoort ook incongruentie van het ellebooggewricht tot ED; een slechte aansluiting van het ellebooggewricht. ED uit zich onder meer in het kreupel lopen aan één of beide voorpoten, moeilijk op kunnen staan, en (door pijn en ongemak) weinig of helemaal niet willen lopen.
Soms heeft de hond een met vocht gevulde bult aan de elleboog. Wanneer ED wordt vermoedt, is het belangrijk dat er een goede diagnose wordt gesteld over de soort. Daarmee kan namelijk een behandeling worden ingesteld, die kan variëren van het operatief verwijderen van loszittende fragmenten in het ellebooggewricht tot operatieve correctie van de lengte van de ellepijp, of rust met ontstekingsremmende medicijnen. Hoe sneller een diagnose wordt gesteld, hoe groter de kans is dat de hond uiteindelijk weer normaal kan functioneren. Het is dan ook zaak om zo snel mogelijk een bij voorkeur gespecialiseerde kliniek te consulteren wanneer u elleboogproblemen bij uw hond vermoedt.
Omdat ED voor een deel erfelijk kan zijn worden de honden die deze afwijking hebben door serieuze fokkers uitgesloten van de fok.
Ectropion en entropion
Twee oogaandoeningen bij verschillende hondenrassen zijn ectropion en entropion. Met ectropion wordt het naar buiten krullen van de oogleden bedoeld, zoals uitgezakte onderste oogleden, waardoor het rode weefsel goed te zien is.
Bij entropion zijn de oogleden naar binnen gekruld, waar door de haartjes op de randen uiteraard irritaties op het netvlies geeft.
Beide aandoeningen zijn erg hinderlijk voor de hond, die vrijwel continu met traan- en of 'soep'-ogen rondloopt. Jonge Berner Sennenhonden hebben soms nog wat uitgezakte onderste oogleden (lichte ectropion) die bij het volwassen worden normaliseren; de hond moet als het ware nog 'in zijn huid' groeien.
Heeft uw jonge hond hier last, dan vraagt u altijd een dierenarts om zijn mening. Bij lichte klachten is het meestal afdoende om de ogen geregeld te druppelen met speciale oogdruppels. Geeft die geen verbetering geeft of wordt het alleen maar erger, dan kan vaak alleen nog het operatief corrigeren van de oogleden uitkomst bieden.
Zowel ectropion als entropion is erfelijk en geen enkele serieuze fokker zal fokken met een hond die aan een van beide aandoeningen lijdt.
Anaalklierovervulling
Anaalklierovervulling, in de volksmond beter bekend als 'verstopte anaalklieren', komt bij honden van alle rassen frequent voor. De anaalklieren zitten ongeveer 1 cm diep aan weerszijden van de anus. Zijn ze overvuld, dan geeft dit jeuk en/of pijnklachten. De jeuk zal een hond proberen te verachten door met zijn achterlijf over de grond te schuiven (het zogenaamde 'sleetje rijden') of door op zijn achterlijf te bijten.
Om de druk te verlichten kunnen de anaalklieren worden leeggedrukt. Dit leegdrukken is een secuur werkje. Wordt het niet goed gedaan, dan verergeren de klachten. Daarom wordt doorgaans aanbevolen dit niet zelf te proberen, maar het over te laten aan een dierenarts of een ervaren trimmer. Sommige honden blijven last houden van dit probleem en dan kan het operatief verwijderen van de anaalklieren het euvel blijvend verhelpen. De anaalklieren hebben echter een belangrijke functie in de communicatie tussen honden en daarom wordt een dergelijke operatie als laatste redmiddel gezien.
Maagtorsie
Als vrijwel elk ander groot hondenras heeft ook de Berner Sennenhond een verhoogde kans op het krijgen van een maagtorsie. Door onbekende reden kantelt de maag rond de as, waardoor de ingang (slokdarm) en uitgang (darmen) afgekneld worden. De maaginhoud gaat aan het gisten en omdat het vrijgekomen gas niet weg kan, blaast de maag steeds verder en in rap tempo op.
De vergrote maag knelt uiteindelijk ook bloedvaten af en hierdoor kan de hond in een shock raken. Een duidelijk symptoom van maagtorsie is kokhalzen, dat in frequentie en kracht kan variëren. De hond wil zich duidelijk van iets ontdoen, maar doordat de maag afgesloten is, komt er alleen slijm uit.
De zwelling van de maag is soms duidelijk te zien en te voelen aan de linkerzijde van de ruggengraat, net achter de ribben. Maagtorsie is een acute aandoening, die zonder veterinair ingrijpen in zeer korte tijd de dood tot gevolg heeft. Vanuit dat oogpunt is het dus erg belangrijk dat u de symptomen van maagtorsie herkent. Zodra u ze signaleert bij uw hond, zoekt u met de grootst mogelijk spoed veterinaire hulp. Een verantwoordelijke dierenarts weet hoe kritiek een maagtorsie en zal u ook 's nachts en op feestdagen niet in de kou laten staan.
Men vermoedt dat de gevoeligheid voor maagtorsie voor een deel op erfelijkheid berust. Uit voorzorg laat u uw hond geen ijskoud water drinken, geeft u hem een uur rust na het eten en voorkomt u dat hij te veel ineens eet of voedsel eet dat de neiging heeft om op te zwellen in de maag. Ook het drinken van stromend water of het happen van sneeuw kan door de kou en grote hoeveelheid lucht die mee naar binnen wordt gehapt, voor gevoelig honden funest zijn.
Baarmoederontsteking
Baarmoederontsteking komt relatief veel voor bij teven van vier jaar en ouder, ongeacht het ras of grootte. Er zijn twee vormen van baarmoederontsteking: de gesloten vorm en de open vorm.
De open vorm is eenvoudig herkenbaar aan een etterige afscheiding uit de vulva. De gesloten vorm wordt vaak minder snel onderkend, omdat de etter zich ophoopt in de baarmoeder en niet of nauwelijks wordt afgevoerd. Bij beide vormen van baarmoederontsteking heeft de teef koorts, is ze rustiger dan normaal en drinkt ze relatief veel.
Het is heel belangrijk dat een baarmoederontsteking tijdig onderkend wordt, omdat ze in een relatief kort tijdsbestek een dodelijk verloop kan hebben.
Soms kan de ontsteking met een antibioticakuur verholpen worden, maar in de meeste gevallen zal de baarmoeder moeten worden verwijderd, zeker wanneer de ontsteking blijft sluimeren of steeds weer terugkomt. Veel teven die aan baarmoederontsteking geleden hebben, kunnen vaak moeilijk of helemaal niet meer drachtig worden.
Voorhuidontsteking
Een veelvoorkomende aandoening bij reuen van alle leeftijden is voorhuidontsteking. Deze ontsteking uit zich in een etterige, geelgroene afscheiding uit de voorhuid. In tegenstelling tot baarmoederontsteking is voorhuidontsteking niet gevaarlijk. De reuen hebben er niet of nauwelijks last van. het is echter geen prettig gezicht en de afscheiding vlekt op meubilair en kleding. De behandeling bestaat uit het dagelijks behandelen van de voorhuid met een speciale vloeistof, vaak met een pillenkuur ter ondersteuning. Bij veel reuen keert de ontsteking daarna echter toch weer terug. heeft een hond er veel last van, dan biedt castratie in vrijwel alle gevallen blijvend uitkomst.
Vergiftiging
De symptomen van vergiftiging kunnen verschillen, afhankelijk van de gifstof die de hond heeft opgenomen. Dit zijn onder meer braken, hevig kwijlen, over het hele lichaam rillen, hevige diarree, eventueel met erge buikkrampen, apathie of zelfs een coma.
Incidenteel zijn er roodachtige plekken op de huid te zien. Bij vergiftiging telt iedere seconde en wanneer u ook maar enigszins vermoedt dat uw hond vergiftigd is of van iets giftigs heeft gegeten of gedronken, gaat u direct naar de dierenarts. Indien mogelijk neemt u de verpakking mee van het middel waar uw hond van gegeten of gedronken heeft.
De behandeling is namelijk afgestemd op het soort vergif en een foutieve behandeling kan averechts werken.
Hoewel er bij vergiftiging soms sprake is van kwade opzet, zijn er ook andere manieren waarop uw hond vergiftigd kan raken. Paardenmest kan bijvoorbeeld erg giftig zijn wanneer het paard een ontwormingskuur heeft gehad en kan in kleinere concentraties ook leiden tot chronische dunnedarmontsteking en blijvende incontinentie. Ook giftige plantensoorten of delen ervan, of zojuist bespoten planten, kunnen hevige vergiftigingsverschijnselen geven.
Veelvoorkomende geheel of gedeeltelijk giftige kamer- en tuinplanten: Boerjasmijn, Cyclaam, Dieffenbacchia, Doornappel, Goudenregen, Herfsttijloos, Hulst, Kerstster, Klimop, Laurierkers, Maretak, Nachtschade, Narcis, Oleander, Tulp, Vingerhoedskruid en Wolfskers.
Voedingsallergie
Voedingsallergie uit zich voornamelijk in erge jeuk, meestal over het hele lichaam. Een hond die er last van heeft, krabt zich dat ook veel. Soms zijn er rode bultjes op de buik, in de liezen en oksels, of is de ontlasting afwisselend normaal en zacht.
Om deze symptomen te lijf te gaan moet eerst de oorzaak worden opgespoord en dat is meestal niet eenvoudig. Vaak reageert een hond allergisch op het soort eiwit in het voer, maar ook het houdbaarheidsmiddel, een kleurstof of een ander bestanddeel uit de voeding kan allergische reacties veroorzaken.
Bij veel honden geeft het verbetering wanneer ze een dieet krijgen waarin uitsluitend lamsvlees als dierlijke eiwitbron gebruikt is, bijvoorbeeld een lamsvlees met rijstdieet. Voor andere is het soms al voldoende om een ander voer te geven dat andere of geen chemische houdbaarheidsstoffen bevat. Er zijn ook specifieke voeders bij de dierenarts verkrijgbaar die speciaal voor allergische honden samengesteld zijn.
Een hond geneest nooit van een voedingsallergie; het is dan ook zaak de hond, wanneer hij eenmaal goed reageert op een bepaald soort voer, uitsluitend dat voer te geven en NIETS daarnaast. Een enkel hondenkoekje, stukje worst of kaas kan dan alweer voldoende aanleiding zijn voor weken jeuk.
Atopie
Een andere, minder bekende allergiesoort is atopie. Een aan atopie lijdende hond heeft hevige jeuk, die zich vaak concentreert op de kop en oren, de poten, oksels en liezen. De ziekte steekt meestal de kop op als de hond tussen 6 maanden en 3 jaar oud is. Atopie is helaas de moeilijkst te behandelen allergie, omdat de hond hierbij allergisch reageert op stoffen die hij inademt en dat is vaak moeilijk te voorkomen.
Het kunnen allerlei stoffen zijn, variërend van pollen tot huisstofmijten en huidschilfers. Met een allergietest kan worden vastgesteld welke stoffen een allergische reactie veroorzaken. Is dit eenmaal vastgesteld, dan kan de eigenaar proberen zo veel mogelijk te voorkomen dat de hond met deze stoffen geconfronteerd wordt, maar dit is voor bepaalde allergenen (pollen, huidschilfers) vaak onbegonnen werk. Soms kan regelmatig wassen met een speciale shampoo, veel stofzuigen, een aangepaste omgeving (linoleum in plaats van vloerbedekking) verlichting van de klachten geven.
Andere oorzaken van jeuk
Wanneer een hond veel last heeft van jeuk, denkt de eigenaar meestal aan allergie, maar er zijn tal van andere factoren die een rol kunnen spelen. Mijten kunnen bijvoorbeeld veel jeuk veroorzaken en ook vlooien kunnen de aanstichters zijn.
Honden die erg hevig reageren op de aanwezigheid van mijten en/of vlooien, kunnen overigens wel allergisch voor deze parasieten zijn. Dat kan een allergietest uitwijzen. Overmatig krabgedrag kan echter ook 'tussen de oren' zitten, vooral bij honden die de hoeveelheid aandacht die ze krijgen als onvoldoende ervaren; wanneer de hond zich krabt, krijgt hij aandacht van zijn bezorgde baas en gaat het dus steeds vaker doen om meer aandacht te krijgen.
Hotspot
Hotspot is een term waarmee broeiplekken op de huid worden bedoeld. Hotspots worden vooral gezien bij langharige, dichtbehaarde hondenrassen, zoals de Berner Sennenhond. De oorzaak van zo'n plek is een kleine irritatie, zoals een vlooienbeet of een klein wondje, waar de hond op reageert door het stuk te bijten, krabben en/of likken.
De ondervacht gaat hierdoor aan elkaar plakken en de huid eronder wordt nat en gaat ontsteken. Dit geeft weer extra irritatie, waarop de hond reageert door nog meer te bijten, te krabben en te likken. Een hotspot kan behandeld worden door de plek tweemaal daags schoon te houden met betadineshampoo, meestal in combinatie met een ontstekingsremmende spray.
Reisziekte
Hebt u een auto, dan zal uw hond ongetwijfeld geregeld per auto vervoerd worden. Om problemen te voorkomen is het van belang dat u uw hond al op jonge leeftijd op een positieve manier kennis laat maken met deze vorm van reizen. Reisziekte is namelijk soms gekoppeld aan angst voor autorijden; vaak omdat de hond het autorijden met een bezoek aan iets negatiefs ervaart, zoals het hondenpensioen of de dierenarts. Daarom kunt u uw hond in het begin bete steeds korte stukjes meenemen, waarbij hem aan het eind van de rit altijd een leuke verassing wacht, zoals een boswandeling of het strand. Relatief veel honden groeien min of meer vanzelf over reisziekte heen rond de 12e levensmaand. Bij een klein aantal honden echter blijft reisziekte een probleem en moeten er medicijnen aan te pas komen.